Testament

Het vruchtgebruiktestament

Je partner krijgt het gebruik en je kinderen de bloot eigendom. Wanneer een vruchtgebruiktestament past en wanneer een andere vorm beter werkt.

Door mr R.T. van Leeuwen, notaris te Utrecht02-09-20263 min lezen

Bij een vruchtgebruiktestament splits je het eigendom. Je kinderen erven de bloot eigendom. Je partner krijgt het vruchtgebruik en mag de goederen gebruiken. Meestal wordt dat vruchtgebruik gevestigd voor het leven van de partner. Verplicht is dat niet. Je kunt het ook voor een kortere periode of onder voorwaarden vestigen. Eindigt het vruchtgebruik dan groeit de bloot eigendom aan tot vol eigendom en hebben de kinderen alles.

Wat vruchtgebruik betekent

De vruchtgebruiker mag in het huis wonen. Hij mag de rente en het rendement op het vermogen houden.

Wat hij daarnaast mag hangt af van de wet én van wat jij in het testament bepaalt. Regel je niets extra dan is hij beperkt in het verkopen of verbruiken van de goederen zelf. Daarvoor is dan medewerking van de bloot eigenaars of een machtiging nodig.

Die ruimte kun je vergroten. Met een interingsbevoegdheid mag de vruchtgebruiker ook aan het vermogen zelf komen. Met een vervreemdingsbevoegdheid mag hij goederen verkopen en zet het vruchtgebruik zich voort op wat daarvoor in de plaats komt. Hoe ruimer je die bevoegdheden maakt hoe meer vrijheid je partner heeft en hoe minder zekerheid de kinderen hebben. Dat is de knop waar je aan draait.

Waarin het verschilt van de wettelijke verdeling

De wettelijke verdeling geldt alleen voor een echtgenoot of geregistreerd partner. Die krijgt alle goederen in eigendom. De kinderen krijgen een vordering in geld. De langstlevende kan het vermogen dus in beginsel opmaken en de kinderen dragen dat risico.

Bij vruchtgebruik zijn de kinderen al eigenaar. Het vermogen kan niet zomaar wegvloeien. Dat is de kern van het verschil.

Wanneer dit past

Bij een samengesteld gezin. Je wilt dat je partner verzorgd achterblijft maar je wilt niet dat jouw vermogen uiteindelijk bij de kinderen van je partner terechtkomt. Met vruchtgebruik is dat geregeld.

Bij samenwoners. De wettelijke verdeling geldt niet voor samenwoners. Vruchtgebruik is dan een manier om je partner in het huis te laten wonen zonder dat de kinderen hun aanspraak verliezen.

Bij een kwetsbaar kind. De bloot eigendom staat vast en kan niet worden opgemaakt.

Als je vermogen in de familie wilt houden. Bijvoorbeeld bij een bedrijf of een pand dat naar de volgende generatie moet.

De nadelen

Het is bewerkelijk. Er moet een boedelbeschrijving worden gemaakt zodat vastligt waar het vruchtgebruik op rust. De vruchtgebruiker moet het vermogen in stand houden en daarover verantwoording kunnen afleggen. Verkoop van de woning vraagt medewerking van beide kanten.

En het kan tot spanning leiden. De kinderen zijn eigenaar van een huis waarin iemand anders woont. Bij een goede verstandhouding gaat dat prima. Bij een moeizame verhouding is het een structuur die jaren mee kan slepen.

De fiscale kant

De vruchtgebruiker en de bloot eigenaars betalen ieder erfbelasting over hun eigen verkrijging. De waarde van het vruchtgebruik wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de vruchtgebruiker. Hoe jonger de partner hoe hoger de waarde van het vruchtgebruik en hoe lager de waarde van de bloot eigendom.

Dat kan gunstig uitpakken omdat de kinderen erfbelasting betalen over een lagere waarde dan wat zij uiteindelijk in handen krijgen. Over de aangroei bij het einde van het vruchtgebruik is in beginsel geen erfbelasting meer verschuldigd.

Reken daar niet blind op. Er zijn situaties waarin dat anders uitpakt, bijvoorbeeld bij een ruim vormgegeven vruchtgebruik met vergaande bevoegdheden. Laat je opzet dus fiscaal doorrekenen voordat je kiest.

Kies bewust

Vruchtgebruik is niet automatisch beter dan de wettelijke verdeling. Het is strakker en dat is soms precies wat je wilt en soms onnodig ingewikkeld. Bij een eerste huwelijk met gezamenlijke kinderen is de wettelijke verdeling meestal eenvoudiger.