Samenwonen

Samenwonen op latere leeftijd met kinderen uit een eerdere relatie

Twee opgebouwde vermogens, twee sets kinderen en een nieuwe relatie. Wat je regelt zodat je partner verzorgd achterblijft zonder dat je kinderen buitenspel staan.

Door mr R.T. van Leeuwen, notaris te Utrecht04-09-20263 min lezen

Op je vijfentwintigste is samenwonen een kwestie van een bank en een koelkast. Op je vijfenvijftigste breng je een huis, een pensioen, een erfenis en volwassen kinderen mee. Dat maakt de afspraken belangrijker en het gesprek ongemakkelijker.

Er is één spanning die alles bepaalt. Je wilt dat je partner goed achterblijft als jij wegvalt en je wilt dat wat jij hebt opgebouwd uiteindelijk bij jouw kinderen terechtkomt.

De uitgangspositie

Samenwoners erven niet van elkaar. Overlijd jij zonder testament dan gaat alles naar je kinderen. Je partner krijgt niets en kan onder omstandigheden het huis uit moeten.

Regel je het omgekeerde en benoem je je partner tot enig erfgenaam dan kunnen je kinderen aanspraak maken op hun legitieme portie. Dat is een geldvordering en geen recht op de woning, maar het kan je partner wel dwingen tot verkoop als het bedrag niet te betalen is.

Ergens tussen die twee zit wat je wilt.

De instrumenten

Een verblijvingsbeding. In het samenlevingscontract spreek je af dat de gemeenschappelijke bezittingen bij overlijden naar de langstlevende gaan. Dat werkt alleen voor wat gezamenlijk is en het maakt je partner geen erfgenaam.

Kies bewust tussen om niet en tegen inbreng van de waarde. Die tweede variant betekent dat je partner het aandeel krijgt maar de waarde vergoedt aan jouw erfgenamen. Bij kinderen uit een eerdere relatie is dat vaak de eerlijkere vorm.

Een woonrecht of vruchtgebruik. Je partner mag in de woning blijven wonen terwijl de eigendom naar je kinderen gaat. Bij het overlijden van je partner is de zaak rond. Je kunt dat begrenzen in tijd of aan voorwaarden binden.

Een tweetrapsmaking. Je partner erft en wat er bij diens overlijden nog over is gaat naar jouw kinderen. Het houdt vermogen in de eigen lijn en het is administratief bewerkelijk.

Een niet-opeisbaarheidsregeling. In het testament kun je onder voorwaarden regelen dat de vordering van je kinderen pas later opeisbaar wordt. Voor een levensgezel gelden daarbij extra eisen: er moet sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding en van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst. Dat is een van de redenen waarom het contract en het testament bij elkaar horen.

Wat je verder niet moet vergeten

De uitsluitingsclausule. Zorg dat wat jouw kinderen krijgen niet in een gemeenschap terechtkomt met hun eigen partner.

Het partnerpensioen. Meld je nieuwe partner aan bij je pensioenuitvoerders. Kijk daarbij of er nog een bijzonder partnerpensioen loopt voor een ex. Dat gaat ten koste van wat je nieuwe partner krijgt en het is beter om dat nu te weten.

De erfbelasting. Voor de partnervrijstelling gelden eigen voorwaarden en een eigen termijn, waaronder een notarieel contract met wederzijdse zorgverplichting en gezamenlijke inschrijving. Voldoe je daar niet aan dan wordt je partner belast als vreemde, tegen het hoogste tarief met een minimale vrijstelling.

Je levenstestament. Wie regelt je zaken als je nog leeft maar niets meer kunt? Zonder volmacht is je partner niet bevoegd en kunnen je kinderen dat evenmin zonder gang naar de rechter.

De AOW. Ga je samenwonen dan valt de AOW terug naar het partnerbedrag. Reken dat door.

Vertel het

Dit is het advies dat het meeste verschil maakt en dat het minst wordt opgevolgd. Leg aan je kinderen uit wat je hebt geregeld en waarom.

In samengestelde situaties gaan conflicten zelden over geld en bijna altijd over het gevoel te zijn gepasseerd. Een keuze die je zelf hebt toegelicht leidt zelden tot ruzie. Een keuze die je kinderen pas na je overlijden ontdekken vrijwel altijd.