Samenwonen

Samenwonen zonder relatie: vrienden, familie en mantelzorg

Samen een huis delen met een vriend, een broer of een ouder. Welke regels wel gelden, welke niet, en wat je juist dan moet vastleggen.

Door mr R.T. van Leeuwen, notaris te Utrecht04-09-20263 min lezen

Twee vriendinnen kopen samen een huis omdat het alleen niet lukt. Een broer en zus blijven in het ouderlijk huis wonen. Een dochter trekt in bij haar vader om voor hem te zorgen.

Deze vormen komen steeds vaker voor en ze vallen buiten vrijwel elk standaardverhaal over samenwonen. Dat betekent niet dat er niets geldt. Het betekent dat je goed moet weten wat wel en niet van toepassing is.

Wat wel geldt

De woonsituatie telt voor uitkeringen. Voor bijstand, AOW en Anw wordt gekeken naar de feitelijke situatie en niet naar de aard van je relatie. Voer je een gezamenlijke huishouding dan heeft dat gevolgen, ook zonder romantische relatie. De kostendelersnorm geldt zodra er iemand van zevenentwintig jaar of ouder bij je woont.

Voor mantelzorgsituaties bestaan uitzonderingen. Vraag die na bij de instantie in plaats van ervan uit te gaan.

Fiscaal partnerschap kan ontstaan. Sta je samen op één adres en is er een extra omstandigheid zoals een notarieel samenlevingscontract of mede-eigendom van de woning dan kun je fiscaal partner zijn. Voor bloedverwanten in de eerste graad gelden aanvullende eisen rond leeftijd.

Gezamenlijk eigendom werkt hetzelfde. Koop je samen een huis dan gelden dezelfde regels over eigendomsverhouding, hoofdelijke aansprakelijkheid en vergoedingsrechten als bij een stel.

Wat niet geldt

Partnerpensioen. Bloedverwanten in de eerste graad en bloedverwanten in de tweede graad in de rechte lijn zijn uitgesloten van het partnerbegrip in de pensioenwet. Samenwonen met een ouder of een kind levert dus geen partnerpensioen op. Bij een broer of zus of bij een vriend kan het bij sommige uitvoerders wel. Vraag het na.

De partnervrijstelling in de erfbelasting. Voor bloedverwanten in de rechte lijn geldt die niet. Erf je van je vader dan geldt de kindvrijstelling en niet de partnervrijstelling, ook als je jarenlang voor hem hebt gezorgd.

Bij een vriend of vriendin ligt het anders. Voldoe je aan de voorwaarden, waaronder een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting en gezamenlijke inschrijving gedurende de vereiste termijn, dan kan de partnervrijstelling wel gelden. Dat is een enorm verschil met de vrijstelling voor overige verkrijgers.

Wat je juist hier moet vastleggen

De reden is simpel. Bij een stel gaat men er vanzelf van uit dat er iets gedeeld wordt. Bij vrienden of familie is dat niet zo en dat is precies waarom er niets op papier staat.

De eigendomsverhouding. Leg in de leveringsakte vast wie welk deel bezit. Bij ongelijke inbreng is dat het moment.

Wat er gebeurt als een van jullie eruit wil. Een uitkoopregeling, een termijn en een manier om de waarde te bepalen. Zonder die afspraak houden twee mede-eigenaars die het oneens zijn elkaar volledig vast.

Wat er gebeurt bij overlijden. Dit is het scherpst. Zonder testament gaat het aandeel van je huisgenoot naar diens familie. Je woont dan samen met een erfgenaam die er niet voor koos. Een verblijvingsbeding of een testament voorkomt dat.

De kostenverdeling. Wie betaalt wat en hoe gaan jullie om met onderhoud en verbouwingen.

Bij mantelzorg

Trek je in bij een ouder om te zorgen dan spelen er nog twee dingen. Regel een levenstestament zodat je bevoegd bent om te handelen als je ouder dat niet meer kan. En bespreek met de andere kinderen wat er is afgesproken over de woning en over een eventuele vergoeding voor de zorg.

Dat gesprek is ongemakkelijk. Het is een stuk ongemakkelijker als het na het overlijden voor het eerst wordt gevoerd.