Hoe wordt de legitieme portie berekend?
Een onterfd kind houdt recht op de legitieme portie. Dit is de rekensom erachter en dit is de reden waarom oude schenkingen alsnog meetellen.
Door mr R.T. van Leeuwen, notaris te Utrecht01-09-20264 min lezen
Je kunt een kind onterven. Een onterfd kind kan daarna in veel gevallen nog aanspraak maken op zijn legitieme portie. Dat is een geldvordering. Het is geen recht op spullen uit de nalatenschap en geen recht op bijvoorbeeld de woning.
Die aanspraak ontstaat ook niet vanzelf. Het kind moet er zelf een beroep op doen en dat op tijd doen. Wat de vordering waard is volgt uit een rekensom die de meeste mensen onderschatten.
Stap 1: de legitimaire massa
Eerst bepaal je de basis waarover wordt gerekend. Die heet de legitimaire massa.
Je neemt de waarde van alle bezittingen op de dag van overlijden. Daar tel je bepaalde giften bij op. Vervolgens haal je er schulden af.
Let op dat niet elke schuld meetelt. De wet wijst een beperkte groep aan. Daaronder vallen de schulden van de erflater die niet met zijn overlijden vervallen en de kosten van de uitvaart voor zover die passen bij de omstandigheden. Ook de kosten van de vereffening tellen mee.
De uitkomst is de legitimaire massa. Dat is dus niet hetzelfde als het saldo van de nalatenschap.
Stap 2: het breukdeel
De legitieme portie is de helft van wat het kind volgens de wet zou hebben geërfd.
Een voorbeeld. Iemand overlijdt en laat een echtgenoot en twee kinderen na. Volgens de wet erft ieder een derde. Het wettelijk erfdeel van een kind is dus een derde. De legitieme portie is de helft daarvan en dus een zesde van de legitimaire massa.
Is de legitimaire massa 120.000 euro dan bedraagt de legitieme portie 20.000 euro.
Stap 3: aftrekken wat het kind al heeft gehad
Op de legitieme portie komt in mindering wat het kind krachtens erfrecht uit de nalatenschap verkrijgt. Ook giften die het kind zelf van de erflater heeft gekregen worden erop in mindering gebracht.
Heeft een kind al zoveel ontvangen dat dit de legitieme portie overstijgt dan resteert er geen vordering meer.
Welke giften meetellen
Hier zit de kern van veel geschillen. Als hoofdregel geldt dat een gift meetelt wanneer de prestatie binnen vijf jaar voor het overlijden is verricht.
Sommige giften tellen ook mee als zij langer geleden zijn gedaan. Dat geldt onder meer voor bepaalde giften aan afstammelingen. De wet stelt daarbij wel een voorwaarde. De afstammeling aan wie is geschonken moet zelf legitimaris van de erflater zijn of een afstammeling van hem moet dat zijn. Zonder termijn tellen verder mee de giften die kennelijk zijn gedaan en aanvaard met het vooruitzicht dat legitimarissen daardoor worden benadeeld en de giften die de erflater tijdens zijn leven steeds had kunnen herroepen.
Niet alles is een gift in deze zin. Gebruikelijke giften blijven buiten beschouwing voor zover zij niet bovenmatig waren. Daarnaast bestaat een uitzondering voor bijdragen die voortvloeien uit een morele verplichting tot verzorging of opvoeding en die passen bij het inkomen en het vermogen van de erflater. Of een bijdrage in studiekosten daaronder valt hangt dus af van de omstandigheden.
Wie jarenlang aan één kind heeft geschonken en dat kind daarna onterft loopt hier tegenaan. Die schenkingen kunnen alsnog in de berekening terechtkomen.
Termijnen om te kennen
Een beroep op de legitieme portie moet uiterlijk vijf jaar na het overlijden worden gedaan. Daarna vervalt de mogelijkheid.
Die vijf jaar is een buitengrens en geen zekerheid. Een belanghebbende kan het kind namelijk een kortere redelijke termijn stellen om te kiezen. Verstrijkt die termijn zonder reactie dan is het kind te laat.
Voor het inkorten van giften werkt het net zo. Ook daar geldt uiterlijk vijf jaar na het overlijden of een eerder aflopende redelijke termijn die door de begiftigde is gesteld.
Wat je hiermee doet in je testament
Onterven is een keuze die je in een testament kunt maken. Laat vooraf berekenen wat een eventuele legitieme portie kan betekenen.
Heb je een echtgenoot of een partner dan kan in het testament onder voorwaarden worden geregeld dat een vordering uit de legitieme portie pas later opeisbaar wordt. Daarmee voorkom je dat de langstlevende direct na het overlijden moet afrekenen.
Voor een echtgenoot kan dat rechtstreeks. Voor een andere levensgezel gelden extra eisen. Er moet dan sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding en van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst. Bij de wettelijke verdeling kan de niet-opeisbaarheid bovendien al rechtstreeks uit de wet volgen.