Kan ik in ons huis blijven wonen als mijn partner overlijdt?
Samenwoners erven niet automatisch van elkaar. Met een verblijvingsbeding en een testament voorkom je dat de familie van je partner mede-eigenaar wordt.
Door mr R.T. van Leeuwen, notaris te Utrecht01-09-20263 min lezen
Dit is de vraag die samenwoners het vaakst stellen en waarvan het antwoord de meeste mensen verrast. Als je niet getrouwd bent en geen geregistreerd partnerschap hebt, ben je geen erfgenaam van je partner. Hoe lang je ook samenwoont en hoe gezamenlijk het leven ook voelt.
Wat er gebeurt als je niets hebt geregeld
Zonder regeling gaat de nalatenschap naar de wettelijke erfgenamen van je partner. Dat zijn zijn of haar kinderen, of als die er niet zijn de ouders, broers en zussen. Staat het huis op beide namen, dan wordt de helft van je partner eigendom van die erfgenamen. Je woont dan samen met je schoonfamilie in één huis, juridisch gezien. Zij kunnen aandringen op verkoop of op uitkoop, en dat is niet zelden precies wat er gebeurt.
Het verblijvingsbeding
De standaardoplossing is een verblijvingsbeding in je notariële samenlevingscontract. Daarin spreek je af dat de gemeenschappelijke bezittingen bij overlijden automatisch naar de langstlevende gaan. Het huis, de inboedel, de gezamenlijke rekening. Vaak worden de gezamenlijke schulden meegenomen, zoals de hypotheek.
Het verblijvingsbeding werkt op basis van de overeenkomst en niet op basis van erfrecht. De goederen gaan buiten de nalatenschap om over. De erfgenamen krijgen dat deel dus niet.
Er zijn twee varianten. Om niet betekent dat je niets hoeft te vergoeden. Tegen inbreng van de waarde betekent dat je het aandeel van je partner wel krijgt, maar de waarde ervan moet vergoeden aan de erfgenamen. Die tweede variant wordt vaak gekozen als er kinderen uit een eerdere relatie zijn.
Wat een verblijvingsbeding níet doet
Twee beperkingen zijn essentieel.
Ten eerste werkt het alleen voor gemeenschappelijke bezittingen. Staat de woning op naam van je partner alleen, dan biedt het beding je niets. Dan heb je een testament nodig.
Ten tweede maakt een verblijvingsbeding je geen erfgenaam. Het privévermogen van je partner, de spaarrekening op zijn of haar naam, de auto, de erfenis van zijn of haar ouders, gaat gewoon naar de wettelijke erfgenamen. Wil je dat je partner ook dat krijgt, dan is een testament nodig. Samenlevingscontract en testament vullen elkaar aan en werken half als je er maar één regelt.
Als er kinderen zijn
Kinderen van je partner zijn wettelijk erfgenaam. Worden zij in een testament onterfd dan kunnen zij nog aanspraak maken op hun legitieme portie. Dat is een geldvordering en geen recht op de woning zelf. Zij kunnen dus niet eisen dat het huis wordt overgedragen. Wel kan zo'n vordering tot verkoop dwingen als het bedrag niet te betalen is.
In het testament kan onder voorwaarden worden geregeld dat die vordering pas na jouw overlijden opeisbaar wordt. Voor samenwoners stelt de wet daarbij extra eisen. Er moet sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding en van een notarieel samenlevingscontract. Dat is een reden te meer om het contract en het testament in samenhang te regelen. Laat dit altijd doorrekenen als er kinderen uit een eerdere relatie in beeld zijn.
Erfbelasting en de bank
De Belastingdienst merkt een verkrijging uit een verblijvingsbeding fictief aan als een erfrechtelijke verkrijging. Er is dus wel erfbelasting verschuldigd. Voldoe je aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap, dan geldt de hoge partnervrijstelling en het lage tarief. Meld ook altijd bij je hypotheekverstrekker wat je hebt geregeld, want de bank moet instemmen met het overnemen van de schuld.